Gamen is net als leren

Laatst was het weer is zo zover. Mijn oudste zoon was even te logeren en dan gaan we soms even weer een potje gamen. Dat is wel ongelijk verdeeld, want hij is veel beter in al die spelletjes dan ik. Maar dat mag de pret niet drukken. Het zijn vaak de al wat oudere spelletjes die we dan spelen, zoals ‘Time Splitters’ of ‘Gears of War’ (Ik weet het, het zijn schietspelletjes, sorry).

Het valt me elke keer weer op hoeveel overeenkomsten dit soort spelletjes vertonen met het leren op (de middelbare) school. Denk alleen maar aan de hoeveel tijd het kost om er goed in te worden.

Om te beginnen..
Je moet om te beginnen allerlei begrippen kennen die in het spel voorkomen. En elk spel heeft daarvoor zijn eigen woorden en begrippen. Zeg maar hun eigen vaktaal. Dat is precies het zelfde als bij de vakken op school.

Daarnaast moet je door het spel bewegen. Je moet weten hoe je rechtuit loopt, hoe je links of rechts omgaat. Hoe je over een gat in de grond kunt springen.  Hoe je moet klimmen aan een wand of in een boom. En dan zijn er nog een heleboel beweging die je kunt doen om je achter een pilaar te verschuilen of om een rol opzij of naar voren te doen. Daarvoor moet je dan een combinatie van toetsen en bewegingen nodig. Je moet ook leren hoe je iets op kunt pakken en hoe je dat voorwerp dan kunt gebruiken. Sterker nog van alle voorwerpen moet je leren in welke situatie, je welk voorwerp het beste kunt gebruiken.

Al deze dingen leer je in de eerste schermen van het spel of je leest ze in de handleiding (dat laatste doet bijna niemand). Soms heten die eerste schermen die eerste leerschermen zelfs tutorial, dat betekent gewoon letterlijk zelfstudie.

Het gaat nog veel verder…
Als je denkt dat hiermee de vergelijking van gamen met het gewone leren stopt, dan heb je dat helemaal verkeerd. Want als je eenmaal lekker bezig bent in een spel, dan blijkt dat het spel is opgebouwd uit verschillende opdrachten, missies of scènes. Het doel is om al deze de opdrachten of missies succesvol achter elkaar af te ronden. Zo kom je bij het einde van het spel waar de ‘grote beloning’ wacht.

Verschillende niveaus…
In het spel kun je vaak kiezen voor verschillende niveaus. Zo is er een beginnersniveau, een moeilijker niveau en een knoeper moeilijk niveau.  In het beginnersniveau wordt tussen de opdrachten door je gezondheid weer op 100% gezet, je wapens weer opgepoetst, kortom je kunt weer fris aan de volgende opdracht beginnen. De andere niveaus hebben deze luxe niet. Je gaat door met alle littekens en schade die je opgelopen hebt bij de vorige opdrachten.

Door op deze manier naar te kijken zitten dus heel veel overeenkomst tussen gamen en leren.

 

‘Tussen-bazen’ en ‘eindbazen’…
Niet alleen is een spel in feite verdeeld in een soort van ‘hoofdstukken’ die in een vaste volgorde doorlopen moeten worden. En zijn er aan het eind van elk hoofdstuk toetsen, in het geval van een game een zogenaamde ‘tussen-baas’ die overwonnen dient te worden.  Met aan het eind van het spel de allergrootste vaardigheidstoets: ‘de eindbaas’.
Sommige games hebben meerdere hoofdstukken met tussenbazen en eindbazen.

Bij alle niveaus hoger dan beginnersniveau. Is het van groot belang om met voldoende ‘levens of gezondheid’ en ‘materiaal’ aan de volgende ronde of opdracht te beginnen. Heb je onvoldoende van dit soort zaken mee kunnen nemen, dan heb je onvoldoende geleerd van die opdracht of ronde. Dat maakt dat het extra moeilijk voor je wordt de nieuwe opdracht of ronde te halen.
Mijn ervaring is dat je die opdracht zo vaak moet overdoen dat je voldoende goed bent om ‘gezondheid en materiaal’ over te houden. Bij het gamen heb je op deze manier direct last van een ‘matig’ resultaat.

De opbouw in deze games is hetzelfde als bij het leren voor een schoolvak op (de middelbare) school. Je moet er net als bij het ‘gewone leren’ geconcentreerd mee bezig zijn. Het gaat beter en is leuker als je  meerdere zintuigen kunt gebruiken.

 

Gamen is eigenlijk hetzelfde als leren. Waarom is gamen dan zoveel leuker dan leren?

Tja, dat heeft te maken met motivatie, directe beloning in je hersenen en niet te vergeten de eigen controle. Maar daar heb ik het een andere keer over 😉

Succes met leren,

Geert

De waarde van het examen en het diploma

Focus op talent is goed – Focus op aanleren is beter.

Het is goed dat de heer Rosenmöller, voorzitter van sectororganisatie VO-raad, zich af vraagt of we op de middelbare scholen wel op de goede wijze examineren (AD, 29 maart 2018) Het is jammer dat hij zoveel vergeet mee te nemen in zijn afweging hij tot de verkeerde conclusie komt.

Zo constateert hij dat: ‘De focus op wat meetbaar is, sterker is geworden’. Dat is nogal een open deur, want het is logisch dat de focus van de school daarop gericht is. Veel ouders kijken naar hoe de school scoort op websites als ‘schoolopdekaart’. Het aantal nieuwe inschrijvingen hangt daar van af. Overal waar een stevige concurrentie en een ‘afreken-cultuur‘ heerst, wordt aan harde, meetbare maatstaven getoetst en in mindere mate aan zachte. Als je niet oppast, wordt daar de ‘race-to-the-bottom’ ingezet. Neem bijvoorbeeld de aanbestedingen bij overheden, die worden vaker ‘gewonnen’ op prijs dan op het criterium kwaliteit.

De blik is ook te kort als er alleen naar het eindexamen gekeken wordt en niet naar het traject daarvoor. Terwijl het eigenlijke ‘leed’, mijns inziens, zich daar voltrekt. In de jaren die voorafgaan aan het examen. Waar als het goed is de basis voor het succesvol examen doen wordt gelegd. Daar kunnen grote verbeterstappen worden gezet.
Om een voorbeeld te noemen: ‘het contact van de docent met de leerling’. Wij vinden het tegenwoordig normaal dat tot wel 30 leerlingen in een lokaal zitten. Dat komt het in beeld houden van leerlingen en hoe het met ze gaat, alleen al wat leren betreft, niet ten goede.

De waarde van toetsen
Tot mijn verbazing kwam ik er, via diverse leerlingen, achter dat de resultaten van toetsen op school niet of nauwelijks (meer) besproken worden met de leerlingen.
De redenen zijn:
– het kost teveel tijd en
– de leerlingen zijn niet gemotiveerd om te luisteren.

Met het niet meer bespreken van een toets doet de docent, de leerling en zichzelf te kort (Kirp; 2016). De leerling krijgt op deze manier geen (individuele) terugkoppeling op zijn of haar prestatie en de docent achterhaalt niet de oorzaak van een matige prestatie, een onvoldoende of de krappe voldoende (de ‘zesjes-cultuur’).

Er worden zo, alweer, signalen gemist, bijvoorbeeld:
– te weinig gedaan ( hoe was de controle op het maken van het huiswerk?),
– te weinig tijd genomen ( hoe was de planning?, kan de leerling goed plannen?),
– leerstof onvoldoende begrepen (stelt de leerling vragen in de klas? Was de uitleg voldoende?),
– kost het leren te veel tijd (hoe is de leeraanpak?).

Het gevolg is: de leerling voelt dat hij/zij niet serieus genomen wordt en dat motiveert natuurlijk helemaal niet. Vooral in de puberteit, een tijd waar het voor veel kinderen heerlijk is om onder de radar en in de grijze massa te verblijven (Jolles; 2017, Crone; 2008). Niet opvallen en zo min mogelijk gedoe van school, want er is al genoeg gedoe in en om het puberende lijf.

Door de grote klassen, het grote aantal lesuren van docenten en het pubergedrag van de leerling is de mogelijkheid om in de jaren voorgaand aan het examenjaar ‘niet voldoende in beeld te zijn’ bij een docent/mentor/school, levensgroot.

Examen of inhoud
Nog een misvatting in het stuk van de heer Rosenmöller: ,,Als je ziet dat de uitval in het hoger onderwijs hoog is en opleidingen extra eisen stellen, doen we iets niet goed. Het examen focust op één belangrijk element, maar de vraag is breder. Dan neemt de waarde van dat examen af.’’

Ook hier trekt Rosenmöller de verkeerde conclusies. Economieleraar, lerarenopleider en publicist Ton van Haperen legt wel de vinger op de zere plek: . ‘Het probleem is dat kinderen goed toetsen maken maar slecht onthouden wat ze geleerd hebben. Maar dat probleem los je niet op met een ander eindexamen. Het gaat mis vanaf groep 1 op de basisschool.’

Leren is niet stampen op het laatste moment!
Bij het opgaan in de grote grijze middenmoot van de klas is minder in beeld of de leerling wel weet hoe je moet leren (de aanpak) en of hij/zij wel regelmatig leert en met het huiswerk bezig is. Het gevolg is dat er (vaak) verkeerd en op de verkeerde momenten wordt geleerd. Waardoor het geleerde onvoldoende blijft hangen. Het beklijft niet. ‘Stampen’ op het laatste moment is geen leren.
Als er met de juiste leeraanpak wordt geleerd en geoefend, kun je proefwerken en tentamens makkelijk met een voldoende halen. Maar door minder aandacht van de docenten en de ouders, leren middelbare scholen minder regelmatig dan voorheen. Terwijl de verleidingen om je bezig te houden met allerlei ander zaken juist groter is geworden. Vaak moet er via allerlei baantjes geld verdiend worden voor uitgaan en smartphone-abonnementen. Met een goede leeraanpak en aandacht zijn deze zaken prima te combineren. Maar zonder een goed aanpak (waardoor je weet waar je mee bezig bent) lukt dat, helaas, in veel gevallen niet.

Examentijd
Als je de lesstof minder goed hebt kunnen verwerken en onthouden, slaat in de (school)examentijd de onzekerheid toe. Dat is logisch. De examenresultaten zijn immers zeer belangrijk voor de toekomst van de leerling. Met extra examentraining moet dan het tij worden gekeerd. ‘Extra’, want de school heeft deze training zelf ook ingeroosterd. Dan moet er onder stoom en kokend water gestampt en trucjes aangeleerd worden. Om weer een toets te halen zonder dat het geleerde blijvend eigen is gemaakt en dus op de vervolgopleiding kan worden gebruikt.

De aandacht van de examenkandidaten, hun ouders, de schoolleiding en nu ook de VO-raad ligt daarin verkeerd. De nadruk moet niet op het examen liggen, want dan moet het werk al gedaan zijn . De aandacht moet al die jaren ervoor gericht zijn op het aanleren van de vaardigheden en de lesstof.
De leerling moet geholpen worden met:
1. hoe je zelf handig kunt leren (aanpak) en
2. de controle daarop dat er ook regelmatig geleerd wordt.

Het blijven tieners en pubers.
Immers, als het bij het aanleren al misgaat, gaat het met de rest ook mis (toetsen/examens en bij de vervolgopleidingen).

De waarde van een diploma
De waarde van een diploma neemt af, als bij een vervolgopleiding of in het bedrijfsleven blijkt, dat ondanks het behaalde diploma de verwachtte vaardigheden en kennis onvoldoende aanwezig zijn bij de leerling.

Hoe je moet leren, moet je ook aanleren. Handig leren moet je ook.
Zelf iets leren kost tijd. Iemand anders iets aanleren kost ook tijd, namelijk aandacht.
Die is er vaak niet op school.

De keuze is:
1. Wil je het zelf allemaal ontdekken met de grote kans dat het mis gaat of
2. Leer je meteen slim en handig, zodat je er meteen resultaat en gemak van hebt?

Maak hier je keuze:

Ja, ik wil handig en makkelijk resultaat!

Dank je, Ik doe het zelf wel!

Tien minutengesprekjes

De tijd van de tien minutengesprekken is weer aangebroken.

Soms loopt een voorgaand gesprekje even uit. Dan moet er al dan niet in spanning nog even gewacht worden. Samen wachten op de gang in de lege geuren van de school.

Dan zijn jullie aan de beurt en maken kennis met de leraar waar u de naam wel van kende, maar waar u nog geen gezicht bij had. Een eerste indruk.

Tijdens het gesprekje wordt aangegeven hoe zoon of dochter ‘er voor staat’ bij het betreffende vak. Vaak vindt een gesprek plaats als er ‘een tandje bijgeschakeld moet worden’.

Als het om één of twee vakken gaat lukt de leerling dat zelf vaak wel. Moeilijker wordt het als het om meer vakken gaat of als ‘het tandje erbij schakelen’ een tandje teveel lijkt.

Dan is het goed om contact op te nemen met Slim Leren voor een vrijblijvend gesprek over aanpak en begeleiding.

 

Valkuil-Stiekem

Woordjes leren
Soms snap je het helemaal niet. Je hebt zo goed al die woordjes geleerd en ook elke keer als ‘het als huiswerk opgegeven’ was. Dan krijg je het blaadje terug en staat er bovenaan een vier en een daaronder een heleboel rode strepen!

Hoe kan dat nou??

Dit overkomt heel veel leerlingen. Ze zijn wel op tijd begonnen maar halen toch een onvoldoende. Vaak ligt het dan aan de manier van leren. Vooral bij het leren van woordjes en uitdrukkingen is (over)lezen uit het boek niet voldoende om de woordjes ook weer op te kunnen schrijven op een toets.

Zichtveld
Je ogen en je hersenen zijn je te slim af! Je ziet namelijk veel meer dan alleen het woordje dat je denkt te lezen. Je ogen en je hersenen hebben stiekem al het antwoord gezien en daardoor lijkt het ook alsof je alles al behoorlijk goed kent.

Je zichtveld is namelijk veel groter dan alleen het stukje waar je naar kijkt. Je ziet onbewust heel veel meer en dat is ontzettend handig, bijv. in het verkeer.

Bij het leren van rijtjes en woordjes kun je het missen als kiespijn.

De simpelste manier om deze valkuil te voorkomen is: het antwoord afdekken met een stukje papier (bijv. een oude enveloppe of een dubbel gevouwen velletje A4).

Je dekt daarmee alle antwoorden af en kijkt pas als je de betekenis van het woordje hard op voor jezelf hebt opgezegd. Dan controleer je het antwoord en ga je verder met het volgende woordje. Als je de rij woordjes leren op deze manier een paar keer herhaald, zul je zien dat je steeds meer goede antwoorden weet.

Succes.

 

Slim Leren

Leren moet om je diploma te halen. Wat je moet leren wordt uitgelegd in de klas.

Maar hoe je moet leren, moet je in grote lijnen zelf uitvinden, want…

 

Iedereen leert anders.

 

Dat is maar ten dele waar. Er vele manieren die tot een goed resultaat leiden maar welke past het beste bij jou? Om dat uit te zoeken, daar is ‘Slim Leren’ voor bedoeld. Want als je leert op de manier die het beste bij je past, kost het leren minder tijd!

 

Zo blijft er ruimte over voor leukere dingen.